u bent hier: je gezondheid > goedkopere gezondheidszorg
De ziekte-en invaliditeitsverzekering is een systeem dat gebaseerd is op solidariteit. Iedereen draagt
er verplicht aan bij. Wie ziek wordt, kan op steun rekenen. Om in orde te zijn met de
ziekte-en invaliditeitsverzekering moet je aangesloten zijn bij één van de ziekenfondsen of
bij de hulpkas voor ziekte-en invaliditeitsverzekering (HZIV). Die staan in voor een aantal uitkeringen
(bv. als je door ziekte geen inkomen meer hebt) en betalen een deel van de kosten voor gezondheidszorg
(doktersbezoeken, medicijnen, ...) terug. Dat deel dat je zelf moet betalen, is het remgeld.
Een aansluiting bij de HZIV is gratis.
Een aansluiting bij een ziekenfonds kost gemiddeld € 50 per jaar. Daar staan wel een heleboel voordelen
tegenover.
Meer weten, bezoek de websites:
Leg bij de huisarts een globaal medisch dossier aan. Alle gegevens over je gezondheid worden dan op één plaats samengebracht waardoor de huisarts een beter overzicht heeft van je gezondheid en je beter geholpen kan worden. Een bijkomend voordeel is dat je per bezoek aan de huisarts 30% minder remgeld betaalt. Meer inlichtingen bij de huisarts.
Wie gedurende drie maanden zonder onderbreking een leefloon van het OCMW krijgt of WIGW (weduwen/weduwnaars, invaliden, gepensioneerden en wezen) is én wiens bruto jaarlijks gezinsinkomen lager is dan € 15 063,45 (met € 2788,65 extra per kind ten laste) krijgt een verhoogde tegemoetkoming van het ziekenfonds. Dat betekent dat er minder remgeld betaald moet worden. Deze verhoogde tegemoetkoming moet zelf worden aangevraagd. Vraag bij het ziekenfonds meer inlichtingen.
Het OMNIO-statuut is een nieuw statuut voor die gezinnen met een laag inkomen (€ 14 778,26 jaarlijks bruto belastbaar, met € 2735,85 per kind ten laste) die niet voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de verhoogde tegemoetkoming. Het OMNIO-statuut geeft wel aan degenen die het krijgen, dezelfde rechten op verhoogde tegemoetkoming van medische verzorging (dus lager remgeld) als bij de "klassieke" verhoogde tegemoetkoming.
Geneesmiddelen zijn duur. Gelukkig bestaan er alternatieven: de generische geneesmiddelen. Het gaat hier niet om geneesmiddelen van een lagere kwaliteit maar wel om goedkopere.
Daar komt nog bij dat de ziekenfondsen geneesmiddelen waar een generisch alternatief voor bestaat,
niet meer volledig terugbetalen tenzij je het alternatief gebruikt.
Vraag aan de geneesheer om generische geneesmiddelen voor te schrijven. De geneesheer is
dat niet verplicht. Een apotheker moet het voorschrift van de geneesheer volgen.
Om te weten of er voor jouw geneesmiddel een generisch alternatief is, kan je terecht bij je
ziekenfonds.
Kinderen die geen 18 jaar zijn, kunnen voor bepaalde verzorgingen gratis bij een 'geconventioneerde' tandarts terecht. Vraag meer informatie bij de tandarts of het ziekenfonds.